De wereldtentoonstelling van 1913

Beluister deze pagina met proReader

Affiche Wereldtentoonstelling 1913

Het tot 1830 grotendeels middeleeuws gebleven stadsbeeld, met nog steeds veel plekken groen, werd nu ingrijpend gewijzigd. Dit was niet enkel te wijten aan de oprichting van talrijke fabrieken en arbeiderswoningen in wat men vandaag 'de 19de eeuwse gordel' noemt. Ook de mechanisering van het vervoer droeg daartoe bij. Vijfhonderd vooraanstaande Gentenaars reden op 28 september 1837 in de eerste stoomtrein van de lijn Mechelen-Dendermonde-Gent door de Muinkmeersen het Zuidstation binnen. Vandaar vertrok sinds 1874 ook de eerste tramway américain, bestaande uit paardetrams. Er was een lijn naar de Vlasmarkt en de Dampoort, een andere langs de Kouter naar het Gerechtshof. Een tweede tramknooppunt werd de Korenmarkt. De trammaatschappij exploiteerde vanaf 1899 reeds zeven netlijnen met groen geschilderde accu-trams. In 1905 deden de vertrouwde elektrische trams met bovenleiding hun intrede.

Het meest ingrijpend was de stadsvernieuwing met het oog op de organisatie van de Wereldtentoonstelling van 1913. Het aanschijn van de binnenstad werd er grondig door hertekend. De as lopend van de Hoogstraat en de Sint-Michielshelling naar de Vlaanderenstraat en het Zuidstation, samen met de aanleg van de centrumpleinen, brak definitief de oude pittoreske stadskuip open. Meteen werd het beroemde gezicht op de Gentse torenrij verwezenlijkt. De meeste historische monumenten, het Belfort en de Lakenhalle, het Gravensteen, het Groot Vleeshuis, het Geraard de Duivelsteen, de gevels aan de Graslei en zoveel andere gebouwen, werden gerestaureerd.   

Er waren ook een hele boel nieuwe initiatieven. Een van de mooiste bouwwerken was ongetwijfeld het Museum voor Schone Kunsten van Charles van Rysselberghe. Het hele uitgaansleven werd op een volledig nieuwe leest geschoeid. De Gentenaar kon voortaan in eigen stad genieten van dezelfde spektakels die in de grote Europese en Amerikaanse steden furore maakten. In de Valentino aan de Kuiperskaai waren al in 1901 de eerste (stomme) films vertoond als entr'acte bij variétévoorstellingen. Geo Henderick herbouwde de zaal tot cinema Scala, later de Wintergarten, en nog later (1921) het Coliseum. Het Feestlokaal van Vooruit in de Sint-Pietersnieuwstraat, met een filmzaal uitgevend op de Muinkkaai, was een opmerkelijke blikvanger. De Schouwburg op het Sint-Baafsplein, de Minardschouwburg en de Opera speelden telkens voor uitverkochte zalen.

De Expo zelf was voor elke Gentenaar een spectaculaire gebeurtenis. De schrijver Karel van de Woestijne moge er niets anders hebben gezien dan 'flirts van Gentsche meisjes met menschenetende negers', andere getuigen hebben het enthousiast over een wriemelende, wonderbaarlijke wereld. De bezoekers konden van Senegal naar Perzië lopen en van Canada naar de Filippijnen. Gent had zich goed voorbereid op de toeloop van een massa toeristen. Op de spoorlijn Brussel-Oostende kwam in 1912 het Sint-Pietersstation klaar. Daar tegenover bouwde men het Flandria Palace, een groot hotel met niet minder dan 600 kamers. In de stad waren er trouwens al sinds het begin van de eeuw nog vijftien andere grote hotels.

Na de Eerste Wereldoorlog koos de gegoede burgerij de leeggekomen terreinen van de Expo voor het optrekken van haar chique herenhuizen en villa's, langs brede lanen met veel groen. Op de hoek van de Krijgslaan bouwde architect Oscar Van de Voorde in 1925 zelfs het eerste heuse appartementsgebouw. De residentiële burgerwijk wordt in de volksmond nog steeds het 'Miljoenenkwartier' genoemd.

Terug naar de bovenkant
Print deze pagina
#
Stad Gent, Botermarkt 1, 9000 Gent, tel. +32 (0)9 210 10 10, fax +32 (0)9 210 10 20, e-mail gentinfo@gent.be