Het archeologisch onderzoek van de Cataloniėstraat voor het KoBra-project leverde al een aantal resultaten op zoals de ontdekking van een schepenhuis.
De opgravingen op het centrale gedeelte van het Emile Braunplein werden op 5 november 2009 op het terrein afgerond. De archeologische teams onder leiding van de Dienst Stadsarcheologie verhuisden naar de randzones van het Emile Braunplein om daar archeologisch vooronderzoek te verrichten.
Sinds 23 november 2009 wordt het archeologische bodemarchief van de Cataloniėstraat onderzocht, althans de zuidelijke helft van dit straattracé. Ter plaatse is duidelijk dat deze straat getrokken werd door een voormalig bouwblok en dat ze de opvolger is van een uiterst smalle steeg, de ‘Cattesteghe’, die langs de bestaande rooilijn werd teruggevonden.
De steeg werd een eerste keer tot straat verbreed in 1834-1835, een initiatief in het kader van een reeks stedenbouwkundige initiatieven ten tijde van burgemeester Jozef Van Crombrugge. Een aantal verbindingsassen in de stad werden dan tot rechte straten aangepast, zoals onder meer de Brabantdam en de Cataloniėstraat. Daarvoor werden de bestaande huizen langs de ‘Cattesteghe’ gedeeltelijk gesloopt en zo ontstond er een nieuwe rooilijn, die eveneens in de opgravingen te zien is.
Bij het Zollikofer-de Vigneplan en het ontstaan van het Emile Braunplein als nieuwe stedelijke ruimte in 1906 werden de huizen aan de noordzijde van de Cataloniėstraat bovengronds volledig gesloopt, maar dat gedeelte van de straat moet de komende maanden nog verder archeologisch worden onderzocht.
Het meest westelijke gedeelte van de opgravingen toont de overgang van het kerkhof dat rond de Sint-Niklaaskerk lag, naar het bouwblok langs de ‘Cattesteghe’. Een aantal grote gesculpteerde bouwonderdelen zijn misschien van die kerk afkomstig en kwamen bij verbouwingen of herstelwerkzaamheden in de kerkhofzone terecht. Net als aan het andere uiteinde zijn de oudste muurresten van Doornikse steen.
Aan het oostelijke uiteinde, nabij de Mageleinstraat, troffen de archeologen de resten aan van een in oorsprong middeleeuws huis dat op grond van waarnemingen in de 19e eeuw al geļnventariseerd was als Steen S17. Gebouwdelen, een zuilfragment en een haardplaats tekenden zich nog af zoals Auguste Van Lokeren in 1832-1834 en Armand Heins in 1902-1906 ze hadden gedocumenteerd vooraleer die bouwresten zouden worden vernietigd.
De vernietiging die vaak op papier wordt vermeld, betekent evengoed dat archeologen nog sporen in situ kunnen terugvinden. Merkwaardig aan Steen S17, ook bekend als ‘De Groote Croone’, is dat het gaat om een particulier huis, vermoedelijk uit de 13e eeuw, dat een tijd lang als schepenhuis heeft dienst gedaan. De oudste expliciete vermelding van een Gentse schepen dagtekent van 1162 en handelt over een Symon, ‘scabinus de Gandavo’. De eerste schepenen vergaderden in open lucht, onder meer op het pleintje voor de Sint-Janskerk (nu Sint-Baafskathedraal) of in een bestaand gebouw dat zij tijdelijk ter beschikking kregen, huurden of kochten. Pas vanaf de 14e eeuw ging men schepenhuizen oprichten die speciaal voor die functie waren geconcipieerd. Sporen van de oudste Gentse schepenhuizen, alle uit de 14e eeuw, zijn in, onder en rond het huidige stadhuis te lokaliseren.
Een gedeelte van de zone die thans in onderzoek is, wordt deze week nog vrijgegeven voor de voortzetting van de bouwwerken in het kader van de KoBra-projecten. Zo wordt onder meer de voetgangersdoorgang tussen de Heilig-Geeststraat en het Emile Braunplein opnieuw mogelijk. Het overige gedeelte van de Cataloniėstraat wordt verder archeologisch onderzocht tot februari 2010.