Met dertien freinetscholen, waarvan tien in het gewoon basisonderwijs, één in buitengewoon basisonderwijs (type 3) en twee in het secundair onderwijs, is Gent de enige stad van de wereld met zoveel freinetscholen.
Werkt freinetonderwijs wel? En is het verstandig om je kinderen te laten schoollopen in een freinetschool? Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat kinderen uit freinetscholen geen schoolachterstand oplopen en hier bovenop alleen maar profiteren van de voordelen van het pedagogische project.
Buikgevoel wordt bevestigd
Ouders, schoolteams en kinderen getuigen dat ze zich goed voelen in het freinetonderwijs en dat de verdere schoolloopbaan vlekkeloos verloopt. Dit wordt nu door evidence-based practices (onderzoek door UGent) ook formeel bevestigd.
Het Departement Onderwijs en Opvoeding van de Stad Gent (DOOSG) heeft nooit getwijfeld om als actieve partner betrokken te zijn bij de uitbouw van het longitudinaal onderzoek Schoolloopbanen in het Basisonderwijs (SiBO) in Vlaanderen dat vanaf het schooljaar 2002-2003 liep. Hierin werd de schoolloopbaan en de ontwikkeling van zesduizend leerlingen uit tweehonderd scholen in kaart gebracht. Voor DOOSG betekende dit een deelname van al haar basisscholen.
Dit wetenschappelijk onderzoek spitst zich toe op de testresultaten van de domeinen wiskunde en taal (technisch lezen - spelling - begrijpend lezen). Hierop werden ondertussen heel wat analyses verricht en hieruit werden interessante conclusies getrokken. Ook al zijn de onderzochte leergebieden niet de obligate sterkhouders van het freinetonderwijs, de resultaten zijn gunstig.
Onderzoeksresultaten
Algemeen kunnen we stellen dat voor de getoetste leerstofonderdelen geen significante verschillen bestaan op het einde van het zesde leerjaar. De testresultaten van de Gentse freinetscholen verschillen niet van de doorsnee Vlaamse school.
Voor de getoetste leerstofonderdelen merken we dat het schooltraject anders verloopt bij kinderen in een freinetschool. Kenmerkend hierbij is dat in vergelijking met de reguliere scholen er bij kinderen in freinetscholen een tragere groei wordt vastgesteld bij aanvang van het traject in het eerste en tweede leerjaar, wat ruimschoots goedgemaakt wordt door een versnelde groei in de hogere jaren. Het verdient dan ook wel aanbeveling jonge kinderen niet na eerste of tweede leerjaar van een gedifferentieerde freinetaanpak met ook naar leeftijd heterogene groepen te laten overstappen naar een meer klassikale aanpak in het leerstofjaarklassensysteem van het regulier onderwijs. Dan riskeren ze bij die overstap in een lagere klas geplaatst te worden omdat zij in een ander ritme de basisvaardigheden verworven hebben dan hun leeftijdsgenoten uit de jaarklas. Maar op het einde van de basisschool stelt er zich geen probleem inzake schoolse vaardigheden.
Ook de cijfers van de eindtoetsen van het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG), die jaarlijks afgenomen worden bij de leerlingen van het zesde leerjaar, bevestigen dat de leerlingen probleemloos voldoen aan de vooropgestelde doelen.
Overgang naar het secundair onderwijs
Alle freinetscholen in het basisonderwijs verzamelen systematisch gegevens over de verdere schoolloopbaan van hun uitstromende kinderen naar het vervolgonderwijs. Uit deze gegevens blijkt dat de slaagkansen van zowel de kinderen die kiezen voor een freinetschool in het secundair onderwijs als de kinderen die kiezen voor regulier secundair onderwijs nauwelijks verschillen.
Uit de aangereikte gegevens van de scholen secundair onderwijs blijkt dat alle kinderen dezelfde aanpassingsperiode nodig hebben die hoofdzakelijk te wijten is aan de structuur waarin het secundair onderwijs vorm gegeven wordt. Deze aanpassing neemt gemiddeld het eerste trimester in beslag en geldt zowel in de methodeschool als in de reguliere school en zowel voor de leerlingen die uit een freinetschool basisonderwijs komen als uit een reguliere basisschool.
Voorbereiden op het hoger onderwijs
Uit de gegevens van het outputdossier van het freinetatheneum De Wingerd maken we op dat bijna 3/4 van de studenten slaagt in een eerste jaar hoger onderwijs (74.3%). Dit percentage ligt significant hoger dan het cijfer van de gemiddelde slaagkansen van eerstejaarsstudenten dat onlangs in de pers verscheen. (http://www.classicavlaanderen.be/informatie/cijfermateriaal/slaagkansen.pdf)
Hieruit blijkt dat ook freinetonderwijs in het secundair onderwijs rendeert.
Conclusie
Kiezen voor freinetonderwijs is kiezen voor kwalitatief en pedagogisch sterk onderwijs. Samenwerking, communicatie, sociale en culturele vaardigheden, burgerschap, ICT-geletterdheid, creativiteit, kritisch denken en probleemoplossende vaardigheden zijn ankerpunten die stevig uitgebouwd worden binnen de freinettechnieken.
Het SiBO-onderzoek bevestigt op basis van wetenschappelijke inzichten de kwaliteit van de freinetscholen basisonderwijs in Gent.
Uit outputgegevens blijkt dat er een hoge slaagkans is in het hoger onderwijs bij jongeren die schoolliepen in het Freinetatheneum De Wingerd. Bovendien bewaken freinetscholen, net zoals alle Gentse stedelijke scholen, nauwlettend hun eigen kwaliteit waarbij ze ondermeer ondersteund worden door de Pedagogische Begeleidingsdienst van de Stad Gent.
Kiezen voor freinetonderwijs wordt er een stuk makkelijker door.
Om dit artikel vorm te geven werden gegevens gehaald uit: