Bezoeken / Gentse geschiedenis

Manchester van het vasteland

Beluister deze pagina met proReader

Afbeelding Lieven Bauwens
Lieven Bauwens

Deze nieuwe uitweg naar de zee zette vanaf 1700 ondernemende Gentenaars ertoe aan hun blik weer op de wijde wereld te richten. Gentse kooplui gingen in 1714-1715 enkele schepen uitreden naar China en Indië. Enkele jaren later stond Jan Baptist van Goethem, samen met andere Gentenaars, mede aan de bakermat van de Oostendse Compagnie. Dit was een maatschappij voor de internationale zeehandel. Het statige Hotel Van Goethem in het Ingelandgat getuigt tot vandaag van deze winstgevende bedrijvigheid.

In de vreedzame tijd vanaf 1740, onder de voorspoedige regering van de Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia, kende Gent voor het eerst sinds de middeleeuwen weer een sterke heropbloei. Met de krachtige steun van de stedelijke en de centrale overheid richtten ondernemende kooplui manufacturen op. In 1750 verschenen de eerste suikerraffinaderijen, echte fabrieken die volkomen buiten het kader van de traditionele ambachtsgilden werkten. Zij luidden het tijdperk in van de kapitalistische nijverheid. Een dominerende plaats gingen mettertijd de 'katoenbaronnen' innemen met hun spinnerijen, blekerijen, ververijen, drukkerijen voor katoenstoffen. Het vervoer van de waren gebeurde niet langer enkel over het water. Vanuit Gent trok men nieuwe kaarsrechte steenwegen naar alle grote nabijliggende steden. Het traçé ervan is nog goeddeels herkenbaar gebleven in de hedendaagse gewestwegen.

De rijkgeworden fabrikanten zochten de levenswijze van de adelstand over te nemen. Ze kochten adellijke titels, sloten voorname huwelijken, legden kunstcollecties aan en bouwden voor zichzelf weelderige woningen in Franse stijl. Met het openen van de Sint-Sebastiaansschouwburg op de Kouter in 1715 bezat Gent ook een heuse opera, de mondaine ontmoetingsplaats bij uitstek voor stadsadel en hoge burgerij.

Rond 1800 bracht de mechanisering van de textielindustrie Gent tot een nieuw industrieel ontwaken. De stad behoorde toen tot Frankrijk. Radicaal werden ook hier de principes van de Franse Revolutie toegepast, met inbegrip van de invoering van een heel nieuwsoortig stadsbestuur zoals wij het vandaag nog kennen. In naam van de moderne vrijheden werden de voorrechten van de kerk afgeschaft en was er voor de arbeiders verbod van vereniging.

De fabrieksbazen daarentegen konden ongehinderd hun gang gaan en kregen voor hun producten enorme afzetgebieden in het Franse achterland. In een sterk staaltje van industriële spionage smokkelde Lieven Bauwens spin-, weef- en stoommachines uit Engeland naar zijn vaderstad. Als industriecentrum noemde men Gent het Manchester van het vasteland. In die optiek moet men de verzuchting begrijpen om eindelijk over een volwaardige scheepvaartverbinding met de zee te beschikken. Dit gaf aanleiding tot het graven van het kanaal Gent-Terneuzen. Toen het in 1827 werd opengesteld, voeren voor het eerst in haar geschiedenis echte zeeschepen tot bij de stad. Vele generaties havenarbeiders zouden voortaan hun brood verdienen met het harde labeur aan de havenkant.

De patriciërswoningen in Franse stijl die vanaf 1750 waren opgericht, behoorden in het begin van de 19de eeuw nog steeds tot de weelderigste van de stad. Als uiterst gerieflijke residenties speelden ze een rol in de internationale gebeurtenissen van die tijd. Deze hielden verband met de val van het Franse rijk van keizer Napoleon. In het herenhuis d'Hane Steenhuyse, met salons die in Gent hun weerga niet kenden, verbleef de Franse koning Louis Dix-huit (voor de spottende Gentenaars: Loewie die zwiet) in 1815 tijdens de Honderd Dagen na de ontsnapping van Napoleon uit Elba. In 1814 had tsaar Alexander I van Rusland er gewoond en in 1816 hield koning Willem I der Nederlanden er verblijf. In het Hotel Clemmen (Museum Vander Haeghen) resideerde de hertog van Wellington op weg naar Waterloo.

En in het huis Schamp (nu rookwarenzaak Caron) verbleef in 1814 het Amerikaanse gezantschap tijdens onderhandelingen met de Britten. De leider van de delegatie, John Quincy Adams, de latere president van de Verenigde Staten, onderhield een zeer hartelijk contact met de Gentse bevolking. Het verdrag dat daarop ondertekend werd, bekend als The Treaty of Ghent, maakte een einde aan de tweede Engels-Amerikaanse oorlog.

Terug naar de bovenkant
Print deze pagina
#
Stad Gent, Botermarkt 1, 9000 Gent, tel. +32 (0)9 210 10 10, fax +32 (0)9 210 10 20, e-mail gentinfo@gent.be