Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Bezoeken / Gentse geschiedenis

Bastion van de katholieke herleving

Foto Antoon Triest
Antoon Triest

Na 1600 stond het hele openbare leven van de stad in het teken van de katholieke heropbouw, zowel letterlijk als geestelijk. Letterlijk, omwille van de grootscheepse bouwcampagnes voor de restauratie van tientallen vernielde of verminkte kloosters, kerken, begijnhoven, kapellen en godshuizen. Het was de tijd van de triomferende barok in de bouwkunst. Zelden in de geschiedenis van Gent was er een zo drukke bouwactiviteit als tussen de jaren 1600 en 1660. Zo'n 56 aannemers stelden een kleine duizend bouwvakkers tewerk. Het stadsbestuur moedigde particulieren aan op hun beurt bij te dragen tot het cieraet van deser stede.

Een twintigtal nieuwe religieuze orden kwamen zich in de stad vestigen, vooral met leden van vrouwelijke kunne. De belangrijkste nieuwkomers waren de jezuïeten. Met hun catechismuslessen, hun Mariacongregaties, hun retraites en hun missies bereikten zij zowat alle lagen van de stedelijke bevolking, van jong tot oud. Voor iedereen waren voortaan devotie en discipline de ordewoorden bij uitstek. In hun twee colleges streefden de jezuïeten en de augustijnen ernaar de mannelijke jeugd niet alleen bekend te maken met de klassieke auteurs en hun werken ten tonele te laten brengen, maar ook en vooral in te wijden in de katholieke leer en moraal.

De allesdominerende figuur van deze katholieke herleving was de Gentse bisschop Antoon Triest, een man die uitblonk in vroomheid en liefdadigheid. Hij was een onvermoeibaar organisator. Elke dag vanuit zijn paleis (het huidige Provinciehuis) vertrekkend in zijn karos, getrokken door twee paarden, was hij een vertrouwde verschijning bij de stedelingen. Gemiddeld om de drie jaar bezocht hij persoonlijk elk van de 150 parochies van zijn bisdom. Terdege heeft hij zijn sporen nagelaten als eminent maecenas en kunstliefhebber. Iets waaraan men tijdens een bezoek aan de Sint-Baafskathedraal bij elke stap herinnerd wordt. De schilders Rubens en Van Dyck en de beeldhouwer Jeroom Duquesnoy voerden voor hem opdrachten uit.

Was de bisschop dus de verpersoonlijking van de nieuwe godsdienstzin en de opbloei van de kunst, hij stond ook symbool voor Gents schuchter economisch ontwaken. Zo kregen de handel en de binnenscheepvaart nieuwe perspectieven door het graven van het kanaal Gent-Brugge, dat vandaar verder doorgetrokken werd naar de havens van Oostende en Duinkerke (1613-1640). Spoedig legde men op deze vaarten ook barges in, dit zijn trekschuiten voor personen- en goederenvervoer. De boten werden getrokken door telkens twee paarden. Dagelijks om tien uur 's morgens voer er een barge af te Gent en een andere in Brugge. Jaarlijks reisden zo'n 50.000 personen met de trekschuit van Gent naar Brugge of omgekeerd. Een der beroemdste pasagiers vanuit Gent was in 1717 tsaar Peter de Grote van Rusland.

 

Terug naar de bovenkant
Bookmark and Share