Bezoeken / Gentse geschiedenis

Ambachtslieden aan de macht

Beluister deze pagina met proReader

Afbeelding schilderij inhuldiging standbeeld Jacob van Artevelde
In aanwezigheid van Leopold I werd op 14 september 1863 het standbeeld van Jacob van Artevelde ingehuldigd.

Uitbuiting en onderdukking van het overgrote deel van de bevolking waren de prijs voor de pralerige levenswijze en de buitengewone machtshonger van de stedelijke elite. In Gent en de andere grote Vlaamse steden kwamen omstreeks het jaar 1300 de mondig geworden handwerkers daartegen in het geweer. Als 'klauwaards' vochten ze in juli 1302 aan de zijde van graaf Gewijde van Dampierre op de Groeningekouter te Kortrijk tegen het Franse ridderleger. Tot verbazing van heel Europa behaalden ze er een schitterende overwinning. De topklasse, die de partij van de koning van Frankrijk had gekozen, bleek verkeerd te hebben gegokt. Haar alleenheerschappij in het stadsbestuur werd voorgoed gebroken.


Naast de rijken, voortaan de 'poorterij' genoemd, bezetten nu voor het eerst ook stielmannen de Gentse schepenbanken. Deze handwerkers organiseerden zich in ambachtsgilden, dit waren beroepsverenigingen voor de organisatie van de arbeid. Terzelfdertijd functioneerden de ambachten als echte politieke verenigingen. Hun vertegenwoordigers bepaalden mede het beleid van de stad. Naar binnen toe vormden ze een soort voorafschaduwing van wat wij vandaag de 'verzorgingsstaat' noemen. Naast de specifieke doelstellingen inzake de werkregeling en de voortdurende kwaliteitscontrole op de afgewerkte producten, beheersten ze het dagelijkse leven van hun leden als het ware van de wieg tot het graf. In groepsverband maakten de ambachtslieden deel uit van het gemeenteleger, maar gingen ze ook naar de kerk en in de processie, of trokken ze de vorst tegemoet bij zijn blijde intrede. Ze hadden hun eigen gildenhuizen, hun kapel toegewijd aan de ambachtspatroon, hun eigen hospitaal voor zieke en oude confraters en voor hun weduwen.
 
In ambachtsverband vierden ze vooral dikwijls feest. Beroemd was de jaarlijkse processie naar Doornik, waaraan al wie iets betekende in Gent deelnam. Berucht dan weer was de jaarlijkse Sint-Lievensprocessie naar het dorpje Sint-Lievens-Houtem, met een godsvruchtig begin, maar waar tijdens de daaropvolgende nacht van losbandigheid en bij het krieken van de dag tijdens de terugtocht naar Gent 'tienduizend zonden' werden begaan.

En er was de zogenoemde Auweet, een nachtelijke cavalcade van de gewapende ambachtsleden door de straten van de stad jaarlijks op Halfvasten. Mag men een waarnemer uit Rijsel geloven, dan herschiepen de drieduizend deelnemers aan de grimmige lichtstoet na middernacht Gent telkens in een echt oord van dronkenschap, zonde, bijgeloof, overspel en doodslag.

De wevers en de volders waren de talrijkste en stoutmoedigste ambachtslui in deze grote stad van lakenweverijen. Maar ook tussen de (rijkere) wevers en de (armere) volders onderling kregen de tegenstellingen mettertijd al eens een gewelddadig karakter. Het was Jacob van Artevelde die in 1338 voor een keer alle rivaliserende sociale groepen binnen de stad met elkaar wist te verzoenen voor een veel hoger doel, namelijk het vrijwaren van de welvaart.

Ten gevolge van het uitbreken van een bitsige oorlog tussen Engeland en Frankrijk (hij zou ruim honderd jaar duren en staat in de geschiedschrijving dan ook bekend als de Honderdjarige Oorlog), was er immers werkloosheid uitgebroken in Gent. Een mono-industrie als het Gentse luxelaken, helemaal gericht op de uitvoer, was immers al bij definitie kwetsbaar voor internationale kortsluitingen. Nu was de koning van Frankrijk de opperste leenheer, de suzerein van Vlaanderen. Hij verwachtte dus van de graaf en zijn Vlaamse onderdanen de verschuldigde aanhankelijkheid voor zijn zaak. Maar rivaal Engeland was de leverancier van de wol, de grondstof voor de plaatselijke weefnijverheid. Artevelde sloot een verbond met de koning van Engeland. Door zijn toedoen kwam de Engelsman zelfs persoonlijk naar Gent. Op de Vrijdagmarkt huldigde de samengestroomde menigte hem als wettige koning van... Frankrijk. Op de getouwen in de huizen der Gentse textielwerkers heerste weer volop bedrijvigheid.

Elke Brit kent uit zijn geschiedenislessen John of Guant, een verbastering van John of Gand/Ghent of Jan van Gent. Hij was de stamvader van het beroemde geslacht der Lancasters. Hij werd zo genoemd omdat hij geboren werd in de Sint-Baafsabdij van Gent in maart 1340, als vierde zoon van de Engelse koning Edward III en zijn vrouw Filippina van Henegouwen. Hij zou een belangrijke rol spelen in de Honderdjarige Oorlog in Frankrijk, en maakte zelfs aanspraken op de troon van de Spaanse koninkrijken Castilië en Leon. In Engeland steunde hij openlijk en krachtig de kerkelijke hervormer John Wycleff. Kort na de geboorte van John te Gent baarde Kathelijne de Coster Jacob van Arteveldes derde zoon. De Engelse koningin Filippina droeg hem als doopmeter in de Sint-Janskerk (nu Sint-Baafskathedraal), en het was naar haar dat hij Filips werd genoemd.

Zeven jaar lang bedreef Artevelde een gedurfde nationale en internationale politiek. Maar in 1345 werd hij door rivalen lafhartig vermoord bij zijn huis aan de Kalandenberg. Het standbeeld op de Vrijdagmarkt, en niet het minst de naam Arteveldestad, waaronder Gent tot vandaag bekend is gebleven, herinneren aan zijn grote betekenis voor de stad.

 De moord op Artevelde werd door zijn tijdgenoten niet eens als schokkend ervaren. Geweld behoorde in Gent nu eenmaal letterlijk tot de dagelijkse leefwereld van de bevolking. Er was de voortdurende opstandigheid tegen de vorst, de brutale onderdrukking van de kleine steden in de omgeving, het telkens weer oplaaiend gewapend gekrakeel tussen verschillende groepen binnen de stad. Onderlinge rivaliteit tussen de machtige patriciërs leidde niet zelden tot een vicieuze cirkel van steeds opnieuw doodslag en bloedwraak. Uit zulk een vendetta is bijvoorbeeld het Kinderen Alijnshospitaal (het huidige Museum van Volkskunde) ontstaan. Het werd gebouwd in uitvoering van een verzoeningsvonnis na een langdurige bloedvete tussen de familieclans Rijm en Alijn.

Terug naar de bovenkant
Print deze pagina
#
Stad Gent, Botermarkt 1, 9000 Gent, tel. +32 (0)9 210 10 10, fax +32 (0)9 210 10 20, e-mail gentinfo@gent.be