Van Eyck is het oudste bewaard gebleven overdekt badhuis met kuipbaden en douches van ons land. Na de badinrichtingen van Verviers (1868) en Brussel (Le Bain Royal van 1878), volgde ook Gent de Europese trend die het Engelse Liverpool in de eerste helft van de negentiende eeuw had ingezet.
Merkwaardig is dat het badhuis Van Eyck werd opgericht door een privé-onderneming: de 'Société Anonyme des Bains et Lavoirs publics de Gand'. De bouw paste volledig in het saneringsplan van de wijk Nederschelde; een onderdeel van het Zollikofer-De Vigneplan. Dit plan beoogde met het trekken van de Vlaanderenstraat een rechtstreekse verbinding tussen het Zuidstation en het stadscentrum te realiseren. Hiervoor moesten meer dan 550 (beluik)huizen wijken.
De Gentse architect Edmond De Vigne tekende het ontwerp voor het badhuis Van Eyck, terwijl de Brusselse ingenieur Edouard Zollikofer er de projectontwikkelaar van was. Auguste Braine, eveneens van Brussel, werd als aannemer aangesteld. Het ovale zwembekken staat vermeld in een catalogus van het Franse bedrijf Monier als "quelques travaux en fer et ciment, exécutés suivant Ie systeme Monier, pour un bassin de natation d'une contenance de 1000 mètres cubes". Het was een van de eerste belangrijke toepassingen van dit procédé in Gent.
Voor de verwarming van het water werd een beroep gedaan op het textielimperium van Ferdinand Lousbergs aan de Reep. Via een ondergronds buizenstelsel werd het water naar het zwembad getransporteerd.
Van bij de oprichting van de Van Eyck was er een overeenkomst met de stad die bepaalde dat de leerlingen van de stadsscholen en personeel van bepaalde stadsdiensten zoals politie en brandweer gratis mochten zwemmen. Het zwembad en de publieke stortbaden kenden een stijgend succes en bevorderden in grote mate de hygiëne en de volksgezondheid.
In 1897 kocht de stad Gent het badhuis. Al snel bleek het zwembad te klein en in 1901 werden ontwerpen gemaakt om het geheel uit te breiden met een tweede kuip van dezelfde grootte. Dit ontwerp is echter nooit uitgevoerd.
In de jaren 1930 werd het interieur ingrijpend gewijzigd. Het bassin werd minder diep en de slankere betonnen zuilen kwamen in de plaats van de zware kolommen. De houten cabines werden vervangen door gemetselde en betegelde kleedhokjes.
Het dak met bovenlichten moest plaatsmaken voor een lager dak met glazen luifel. Deze merkwaardige betonconstructie met art déco-inslag werd ontworpen door de stadsambtenaren architect Gilbert Audoor en tekenaar Frits De Boever. De herinrichting had alles te maken met de promotie van de lichaamsontwikkeling tijdens het interbellum.
Ondanks recentere aanpassingen en wijzigingen kon men de buitenarchitectuur van 1886 en de typische interbellumsfeer van de zwemzaal behouden. Ook bij de laatste restauratie werd zo min mogelijk aan het art deco-interieur geraakt. Het nieuwe toegangsgebouw heeft het geheel in 2003 een frisse uitstraling bezorgd.
Adres :Veermanplein 1- 9000 Gent
Functie: zwembad
Het gebouw is toegankelijk voor het publiek