Stad Gent > Leven > Cultuur > Erfgoed > Monumenten > Caermersklooster

Leven / Cultuur

Caermersklooster

Beluister deze pagina met proReader Toon op kaart

Foto Caermersklooster

1. Kerk en Oud Huis

Het klooster van de geschoeide karmelieten, beter bekend als het Caermersklooster, had een grote impact op de wijk Patershol. De karmelieten waren oorspronkelijk afkomstig uit het Nabije Oosten (de berg Karmel in Palestina geeft de oorsprong van hun naam aan). Onder druk van de islam kwamen ze naar Europa. Vanaf 1287 betrokken ze de refuge van de abdij van Cambron. Mogelijk zijn er nog restanten van de refuge in het zogenaamd Oud Huis.

Het oudste gedeelte van de kerk in de Lange Steenstraat was een rechthoekig bakstenen gebouw, opgetrokken rond 1328-1329.

Het koor werd omstreeks 1473-1474 toegevoegd. In de 16de eeuw breidde men de kerk verder uit naar het zuiden. In 1985 en 1992 leverde de Dienst Stadsarcheologie een belangrijke bijdrage tot de juiste datering. Een belangrijk element daarbij was het dendrochronologisch onderzoek van de kapspanten. Tijdens de beeldenstormen van 1566 en 1578 en bij de Franse Revolutie werd de inboedel stelselmatig geplunderd of verkocht.

In 1881 kocht de stad Gent de kerk en herstelde ze in de toen gangbare neogotische stijl. Het gebouw werd eerst ingericht als archeologisch museum. Later werd het het museum voor volkskunde en ten slotte fungeerde het als stapelplaats voor allerlei goederen. Tussen 1962 en 1978 vonden zelfs de decors van de opera een onderkomen in de voormalige kerk. In 1981 ruilde de stad Gent het gebouw met de provincie tegen de tweede pandhof.

Tussen 1991 en 1998 werd de kerk grondig gerestaureerd. Ze werd opengesteld als tentoonstellingsruimte, samen met de zogenoemde Lange Gang, de schitterende trapzaal en het Oud Huis met de merkwaardige muurschildering die bij de ontmanteling in 1995 werd ontdekt.

Onder het behangpapier van de oostmuur zat een groot muurschilderwerk uit de jaren 1840. De afbeelding stelt een soort door zuilen geritmeerde galerij voor. In de open ruimte werden twee medaillonportretten in neo-renaissancestijl geschilderd.

Op vraag van de werfcommissie en met het oog op restauratiewerken werd een onderzoek uitgevoerd.Daaruit bleek dat achter deze schildering nog een laatgotische muurschildering van hoge kwaliteit zat, die hoogstwaarschijnlijk bij de beeldenstorm van 1566 beschadigd werd. Dit kan ook verklaren waarom vooral de gezichten herschilderd zijn. Uit de details blijkt hoe secuur men te werk is gegaan.

Nu wachten nog de vleugels met de vroegere refter en bibliotheek, de kapittelzaal en het dormitorium van het klooster op restauratie en herbestemming. De achtkantige traptoren met de indrukwekkende stenen wenteltrap zonder centrale as is een van de merkwaardigste constructies in het complex.

2. Infirmerie

Tussen 1658 en 1661 lieten de broeders karmelieten een prestigieuze ziekenzaal met gastenkamers bouwen. Dit pand is onder andere belangrijk vanwege de merkwaardige houten consoles onder de dakrand van de voorgevel, die met barokke duivelskoppen versierd zijn. Alle maskers zijn verschillend. Sommige zijn geïnspireerd op dierenkoppen, andere op mensenhoofden. De saters moesten het gebouw beschermen tegen het kwade. Dit motief is al sedert de middeleeuwen bekend en werd toegepast bij waterspuwers of kraagstenen.

De infirmerie, eigendom van het provinciebestuur, werd gerestaureerd tussen 1982 en 1985. Bij de wijkbewoners is ze vooral bekend om haar naam het Patershol. Een poortje in de Trommelstraat geeft toegang tot een overwelfde ruimte waar de Plottersgracht doorheen liep. Hier kon water worden geput voor de infirmerie en voor huishoudelijk gebruik.

In de infirmerie leidt een stenen draaitrap naar de verschillende verdiepingen. Door gebruik te maken van tussenverdiepingen kon men de erediensten in de centrale kapel vanuit de ziekenzaal bijwonen. De ziekenzalen zijn uitgerust met gewelven en renaissanceschouwen. Het gastenkwartier daarentegen heeft zichtbare houten balkenlagen en laatgotische schoorstenen. Stijlvermenging was in die periode niet ongebruikelijk. De moerbalken van de gastenkamers zijn heel mooi bewerkt en zijn voorzien van balksleutels met wapenschilden, zoals het blazoen van Karmel.

Naast de dekenij, die gebruik maakt van een van de ruimtes op de verdieping, heeft het Europees Figurenteatercentrum hier sedert 1989 een vast onderkomen 

3. Nieuw spreekhuis

In 1735 dienden de karmelieten een bouwaanvraag in voor een nieuw spreekhuis in de Lange Steenstraat. Het voorname gebouw was opgedeeld in een spreekkamer en een sacristie. De spreekkamer kon vanaf de straat via een monumentale poort of via de tweede pandhof worden bereikt. De sacristie was enkel toegankelijk via een gang naar de kloosterkerk. Merkwaardig is de asymmetrische opbouw van de voorgevel met zijn afgeschuinde linkerhoek. Het fronton met het wapen van de Karmel dat boven de poort zat, verdween bij latere verbouwingen. In 1845 diende meester Douterligne, smid en rijtuigmaker, een bouwaanvraag in om de gevel grondig te mogen wijzigen. Toen werd ondermeer de fraaie 18de-eeuwse rococo-poortomlijsting vervangen door de huidige poort.

De spreekplaats heeft een mooi bepleisterd plafond dat met lijsten en rocailles is versierd. Maar het interieur van de sacristie is nog veel rijker. Vooral de wandnis die als wastafel dienst deed is versierd met heel fijne voluten, festoenen en lijsten. De sierlijke ornamenten worden voortgezet op het plafond. In 1987 werd begonnen met de restauratie van de sacristie. De herstelling van de nis met zijn ornamenten bracht heel wat kopzorgen mee want ook Karel Coppejans, broer van Frans en smid van beroep had in het begin van de vorige eeuw de nis als vuurhaard gebruikt. Bijgevolg waren de muren zwartgeblakerd. Om het pand van de ondergang te redden waren ook nog talrijke stabilisatiewerken nodig.

De inrichting werd bewust hedendaags opgevat en de verdwenen bekleding is vervangen door een nieuwe houten lambrisering. Een 18de-eeuwse wandkast vervolledigt het geheel. Een nieuwe deur verbindt de sacristie met het voormalige klooster dat nu eigendom is van de provincie. De gevel en de voormalige spreekkamer wachten nog altijd op restauratie.


4. Nieuw Pandhof

Rond 1717-1721 werd in het Caermersklooster een nieuw pandhof opgericht, ter vervanging van de oude kruisgang uit de tweede helft van de 15de eeuw. De nieuwe pandhof werd omheen een rechthoekige binnentuin gebouwd, met een benedenverdieping die opgevat was als een open gaanderij met hoge raamopeningen.

Op de verdieping waren cellen voorzien. In de 19de eeuw leidde de industrialisatie in Gent tot een enorme woningnood. De gaanderij werd verbouwd, er kwam een tussenverdieping en zo ontstond extra woongelegenheid.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de pandhof vooral bewoond door artiesten, studenten en kleurrijke lokale figuren. In 1981 ruilde de stad Gent met de provincie de kerk tegen de pandhof na een hevige maar dikwijls ludieke strijd van de zogenaamde pandinisten die zich verenigd hadden in het Pandinistisch Verblijvingsfront.

Bij de restauratie is gestreefd naar een samengaan van de waardevolle elementen met het toevoegen van alle hedendaags comfort. Een van de gaanderijen werd in ere hersteld.

Hierdoor beschikken de bewoners over een overdekte open ruimte die verbonden is met de tuin. De stad Gent verhuurt alle woongelegenheden als sociale woningen.

Adres: Vrouwebroersstraat 6 (Patershol) - 9000 Gent
Functie kerk: Tentoonstellingsruimte

Terug naar de bovenkant

Informatie:


Provinciaal Cultuurcentrum Caermersklooster
Vrouwebroersstraat 6
9000 Gent
Tel.: 09 269 29 10
Fax: 09 269 29 11
E-mail: caermersklooster@oost-vlaanderen.be

Provinciaal Cultuurcentrum: tijdens tentoonstellingen dagelijks open van 10 tot 17 uur.
Gesloten op maandag en feestdagen.

Gratis toegang
Terug naar de bovenkant
Print deze pagina
#
Stad Gent, Botermarkt 1, 9000 Gent, tel. +32 (0)9 210 10 10, fax +32 (0)9 210 10 20, e-mail gentinfo@gent.be