Tijdens de openluchttentoonstelling ‘Over The Edges’ van het S.M.A.K. was ‘De Grote AVL-man’ van Atelier Van Lieshout uit Nederland te bewonderen op de Vrijdagmarkt. De stad Gent kocht het kunstwerk aan en plaatste het in het Keizerspark. In het najaar 2006 krijgt het kunstwerk een plek op het heringerichte E3 plein.
Atelier Joep Van Lieshout geniet in Nederland een gevestigde status van grensoverschrijdend kunstenaarsteam. Het werk van Van Lieshout onttrekt zich aan alle genre-indelingen en neemt daardoor een unieke plaats in de kunstwereld in.
Het heeft niet alleen raakvlakken met design, architectuur, beeldende kunst en ambachtswerk, maar ook met levens- of overlevingskunst. De objecten en sculpturen die Van Lieshout creëert, bevinden zich in het grensgebied tussen het louter 'kunstobject' en het 'gebruiksvoorwerp'.
De werkelijke betekenis van zijn objecten ontstaat wanneer kijkers of bezoekers zijn werk gebruiken; daarin ligt de kracht van het werk. De AVL-man bijvoorbeeld is een kindvriendelijk speeltuig dat terzelfdertijd ook een kunstwerk is.
De vorm is er één van een geabstraheerde mens met hoofd in hartvorm, in een monochrome bruine tint uitgevoerd. Zowel kinderen als toevallige voorbijgangers zoeken contact met deze reus via werkelijke aanraking, wat voor Van Lieshout essentieel bijdraagt tot het werk. De herkenbare vorm draagt hiertoe bij, het lijkt een soort icoonachtig nooduitgang-mannetje, of uitvergroting van het alombekende playmobielfiguurtje.
Hierdoor is wat van Lieshout doet niet enkel kunst, noch design, maar heeft duidelijk een breder maatschappelijk draagvlak. Het doet reflecteren over de rol van kunst, en de plaats van de mens binnen de (stedelijke) omgeving.
Zijn werken zijn eerst deel van het dagelijks leven en pas dan kunnen ze ook kunstwerk zijn. Niet omgekeerd. Een werk van Van Lieshout wordt geen kunstwerk louter bij gratie van een museum of de kunstwereld die ze als onaantastbaar en afgezonderd zou presenteren.
Het werk wordt druk ‘bespeeld’ door kinderen, volwassenen raken het aan of gebruiken het als zitbank en krijgt zo zijn werkelijke betekenis.
Hét bewijs dat kunst niet ‘broos en ongenaakbaar’ hoeft te zijn, mits het binnen het concept van de kunstenaar valt.