Hier vindt u 10 tips om uw tuin milieuvriendelijker te beheren. Veel plezier!
Tip 1: In de natuur bepalen de bodem en het klimaat of een plant goed gedijt of niet. Als u bij de plantenkeuze in uw tuin rekening houdt met de bodemsoort en met de hoeveelheid zon zal de plant minder verzorging, bemesting en besproeiing vragen.
Tip 2: Kies voor inheemse plantensoorten die typisch zijn voor uw streek. U bent dan verzekerd van gezonde, sterke planten die de traditionele landschappen uit uw omgeving versterken.
Tip 3: Hoe gevarieerder uw tuin, hoe meer diersoorten zich ertoe aangetrokken voelen. Een gelaagde begroeiing met een strooisellaag, kruidlaag, struiklaag en eventueel een boomlaag creëert ruimte voor meer dieren. Door plantensoorten met een verschillend bloeitijdstip te combineren, bloeit uw tuin een heel groeiseizoen lang!
Tip 4: Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is uit den boze! Ongewenste kruidengroei kan u voorkomen met bodembedekkers: langs de grond groeiende planten die snel uitbreiden. Onder meer kleine maagdenpalm en klimop zijn ideaal voor schaduwrijke plekken en hertshooi voor zonrijkere borders. Ook mulch van bijvoorbeeld gemalen schors of verhakseld snoeihout in lagen van voldoende dikte kan onkruidgroei voorkomen. Wel opletten dat u geen jaren na elkaar mulch blijft gebruiken: anders rijkt de bodem te veel aan, zodat ruigtekruiden zich net aangetrokken voelen.
Tip 5: Plant kruiden in uw tuin als natuurlijke plaagbestrijders. Kruiden zoals rozemarijn, munt, lavendel en salie verspreiden sterke geuren en stoten zo plaaginsecten af. Ze zijn meteen ook handig voor gebruik in de keuken!
Tip 6: Veel snoeiwerk kan u vermijden door de begroeiing op de juiste afstand te planten. Ga de normale grootte van volwassen planten na vooraleer aan de aanplant te beginnen. Hebt u toch snoeiafval, leg dan met de dunne takken een takkenwal aan. Het is een welkome nestplaats voor vogels. Dood hout in de tuin is ook geliefd bij zwammen.
Tip 7: Groenafval verwerkt u best in een composthoop of compostvat. Bladeren en kleine twijgjes kan u ook kwijt onder struiken en bomen. Hierdoor blijft de bodem bedekt en hebt u minder kans op onkruid en vorstschade. De strooisellaag wordt stilaan omgezet in humus, waaruit de planten nieuwe voedingsstoffen kunnen putten.
Tip 8: Laat u scheidingsdraad begroeien met klimplanten zoals klimop, wilde wingerd of blauweregen. Zo zorgt u voor schuilplaatsen voor dieren. Ook gevels en muren kan u opvrolijken met klimplanten.
Tip 9: Voor u verhardingen aanlegt, gaat u best na of deze wel nodig zijn. Het manueel onkruidvrij houden van verhardingen vergt veel tijd en de verleiding om gebruik te maken van bestrijdingsmiddelen is vaak groot. Kies voor onderhoudsarme alternatieven, zoals grastegels, graspaden of tegels met brede voegen waar u bewust gras of kruiden tussen laat groeien.
Tip 10: Wees zuinig met verlichting. Zo vermijdt u onnodig energieverbruik en verstoort u het natuurlijke ritme van de dieren in de tuin niet.