Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.
Winnaars fotozoektocht zijn bekend
Van 21 juni tot 20 september 2009 kon je deelnemen aan een fotozoektocht in het Stedelijk Natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen.
108 mensen gingen aan de slag om de plaatsen te lokaliseren waar 10 foto’s van natuurinrichtingsmaatregelen werden genomen.
73 deelnemers dienden een foutloos ingevuld wedstrijdformulier in. Hun namen kun je nalezen in het document 'Winnaars fotozoektocht' in de rechterkolom bij 'Aanverwante info'.
Hilde Lootens werd de winnaar van een verrekijker, A. Van Wassenhove wint een plantenloep en Jan Lescrauwaet het boek ’Stedelijk natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen’. Omdat per adres maar één wedstrijdformulier mocht ingediend worden, blijven er nog 51 winnaars van een troostprijs over. Zij kunnen een zoekkaart naar keuze komen ophalen aan de balie in het Natuur- en Milieucentrum De Bourgoyen.
De oplossing en de winnaars van de fotozoektocht kan u downloaden in de rechterkolom van deze pagina bij de 'Aanverwante info'.
Meersen en donk
Het landschap van de Bourgoyen-Ossemeersen is een vallei, uitgeschuurd door de Leie, met vochtige graslanden die ‘s winters onder water lopen. Zulke natte graslanden worden bij ons meersen genoemd. Ze liggen op een bodem van klei die nauwelijks water doorlaat. Het deel ten noorden van de Leie heet de Bourgoyen, het deel ten zuiden ervan de Ossemeersen. Bijna centraal in de Bourgoyen ligt een zandige hoogte of donk met daarop het historische Valkenhuis dat nu als beheersboerderij dienst doet. Van de hoger gelegen zandige kouters aan de rand van het gebied bleef alleen een deel van de Vliegpleinkouter van bebouwing gespaard.
Beschermd gebied
Sinds 1974 koopt de Stad Gent gronden aan in de Bourgoyen-Ossemeersen. In 2007 is 95% van de totale oppervlakte van 230 ha in eigendom van de Stad. Natuurpunt vzw heeft ± 7 hectare in eigendom, het Vlaams Gewest (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) ± 1 hectare.
Op het gewestplan zijn de percelen hoofdzakelijk ingekleurd als natuurreservaat en natuurgebied. Het grootste deel van het gebied is ook als landschap beschermd en aangeduid als GEN (Grote Eenheid Natuur).
Omdat het reservaat regelmatig meer dan 1% van de Noordwest-Europese populatie van slobeenden herbergt, komt het in aanmerking voor een aanduiding als ‘Ramsargebied’. Dat is een wetland dat van internationaal belang is voor de overwinterende watervogels.
Natuurbeheer
De gronden worden aangekocht om ze in te richten als natuurgebied. Het beheer houdt rekening met de landschappelijke, natuurwetenschappelijke en educatieve waarden van het gebied. In de 6 deelgebieden zijn de beheersmaatregelen gericht ofwel de vegetatie, ofwel op water- en weidevogels, ofwel op natuureducatie en -recreatie.
Een van de belangrijkste beheersmaatregelen is de regeling van de waterhuishouding. Vanaf half oktober wordt het regenwater opgehouden, waardoor het gebied langdurig overstroomt. Op die manier worden de vroegere overstromingen van de Leie nagebootst. Pas vanaf maart wordt het water langzaam afgevoerd via sluisjes en een pompinstallatie in de oude watermolen.
Voor het beheer van de grote graslandpercelen zijn overeenkomsten afgesloten met landbouwers die de graslanden hooien of beweiden met runderen.
Het dagelijkse beheer van de percelen in stadseigendom wordt uitgevoerd vanuit het Valkenhuis door natuurarbeiders van de Groendienst van de Stad Gent. Afhankelijk van het seizoen snoeien zij knotbomen en houtkanten, maaien ze wegbermen, plaatsen ze afsluitingen, onderhouden ze de wandelpaden en educatieve voorzieningen, enz. Natuurpunt Gent vzw beheert 2 graslandblokken aan de Grijtgracht en het spoorwegdijkgebied.
De Vlaamse overheid voerde in de periode 2004-2007 een natuurinrichtingsproject uit. Dit zorgde voor een grote stap vooruit op de weg naar landschapsherstel en ontwikkeling van meer natuurwaarden. Bezoekers van het gebied komen nu nog beter aan hun trekken en er is ook een pad toegankelijk voor personen met een handicap.
In het gebied lopen diverse onderzoeksprojecten en worden vegetatiestudies, broedvogelinventarisaties en tellingen van overwinterende watervogels uitgevoerd.
De Canadese gans en muskusrat worden in het natuurreservaat actief bestreden.
Een rijkdom aan planten en dieren
Vooral in de onbemeste hooilanden vinden we een grote verscheidenheid aan planten. Kleurrijke kruiden zoals gewone dotterbloem, echte koekoeksbloem, veldzuring, moerasspirea en moerasvergeet-mij-nietje vergezellen er de grassen, zeggen en russen. In de lente bloeit grote ratelaar, een halfparasiet op gras , er heel opvallend. Deze gevarieerde vegetatie vormt samen met de sloten een geschikte leefomgeving voor vele diersoorten. Van de water- en weidevogels valt de grutto het meest op, maar ook kievit, scholekster, kuifeend, slobeend, krakeend en bergeend broeden er jaarlijks. De zomertaling en de aalscholver broeden op en rond de grote plas aan de Loopgracht. Als exoot heeft de Canadese gans een prominente plaats ingenomen. Langs de oevers en in de rietkragen broeden blauwborst, rietgors, kleine karekiet en sprinkhaanzanger. De talrijke sloten en plassen bieden voldoende zuiver water voor salamanders, kikkers, vissen en ongewervelden zoals de geelgerande watertor, rugzwemmer, duikerwants en waterschorpioen.
‘s Winters loopt het laagste deel van het reservaat onder water. In dit bijna ontoegankelijke gebied komen dan grote concentraties watervogels voor. De Bourgoyen zijn een belangrijk overwinteringsgebied voor de smient, wintertaling, slobeend, pijlstaart, krakeend en kemphaan. Vanaf maart zakt het water geleidelijk waardoor er plaatselijk plassen en slikveldjes overblijven die een grote aantrekkingskracht uitoefenen op steltlopers zoals watersnip, tureluur, wulp, oeverloper en witgatje. Zij komen er baden en voedsel zoeken.
Een van de meest typische landschapselementen is de knotwilg, waarin de steenuil, holenduif en diverse mezensoorten graag vertoeven. De elzen en wilgen in de houtkanten verdragen de hoge waterstanden goed en herbergen talrijke zangvogels. De bloemenrijkdom van ruigten lokt vele insecten. Vlindersoorten als atalanta, gehakkelde aurelia, distelvlinder, dagpauwoog, oranjetip en Icarusblauwtje vinden hier nog geschikte voedselplanten. Op de spoorwegdijk groeien planten van drogere zandgronden, zoals wouw en ijzerhard.